Give us a like and we'll keep you in the loop.

PXL eXperts is hét digitale, multidisciplinaire expertisemagazine van PXL-Research en PXL-Congress. Het wordt gevoed door onderzoekers en experts van Hogeschool PXL, de hogeschool met het netwerk.

Polsslag (4): Filip Giraldo & Jo Vandeurzen

Filip Giraldo (departementshoofd PXL-Social Work) en Jo Vandeurzen (Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin) — by Daniele Lucchesi
Filip Giraldo (departementshoofd PXL-Social Work) en Jo Vandeurzen (Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin) — by Daniele Lucchesi

In onze reeks Polsslag regelen we een afspraak tussen een spraakmakend politicus en een PXL eXpert ter zake. Samen wisselen ze ideeën uit over de maatschappij van vandaag en morgen. Deel 4: Filip Giraldo en Jo Vandeurzen (CD&V), over welzijn in Vlaanderen.

Op dinsdag 28 maart vond het Salon van de Vrijwilliger plaats op Hogeschool PXL in Hasselt. Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen was daarop ook van de partij. Filip Giraldo, departementshoofd van PXL-Social Work zag zijn kans schoon om de minister enkele vragen te stellen in het kader van het onderzoek binnen zijn departement.

Filip Giraldo: Meneer de minister, scheiden doet lijden, zegt men vaak. Heel wat kinderen zitten in een moeilijke thuissituatie door de scheiding van hun ouders en moeten door die moeilijke periode heen geholpen worden. Er zijn al een aantal initiatieven - Kinderen uit de knel bijvoorbeeld - maar in welke zin kan het beleid daar nog meer aandacht aan besteden?

Jo Vandeurzen: Wel, een eerste vaststelling is dat het echt loont om te investeren in een proactief beleid waarin duurzame relaties en geborgenheid centraal staan. Bijvoorbeeld met promocampagnes. Ik weet: er wordt soms wat lacherig gedaan over die campagnes, maar ze hebben wel degelijk hun nut. Heel wat onderzoeken tonen aan dat als mensen zich goed voelen in een duurzame relatie, dat heel wat positieve effecten heeft, niet het minst op het welzijn van de kinderen.

Inzetten op relatieversterking, -bekwaamheid en -bemiddeling is dan ook een centrale pijler in ons welzijnsbeleid. We hebben op dat vlak orde op zaken gesteld en een inventarisatie gemaakt van wat er allemaal bestond, en dat was nogal wat. We zetten veel in op de zichtbaarheid van instanties waarbij mensen terechtkunnen met vragen.

Anderzijds worden de centra voor algemeen welzijnswerk versterkt zodat zij in scheidingen kunnen bemiddelen, want daar is een toenemende vraag naar. Zeker nu de justitiehuizen een Vlaamse bevoegdheid zijn, zie je meer en meer de vraag naar een goede wisselwerking tussen hulpverlening en de gerechtelijke procedures. Rechters zelf zijn daar vragende partij voor: hoe kunnen we bij echtscheidingen beide partners meer tot een consensusoplossing mobiliseren, naar een meer gedragen oplossing waarbij het belang van het kind speciale aandacht krijgt? En hoe zetten we daarvoor niet alleen gerechtelijke middelen, maar ook de expertise van welzijnspartners in? Het belang van het kind voorop: da's het uitgangspunt. Al blijft natuurlijk de vaststelling dat er jammer genoeg in Vlaanderen nog te veel vechtscheidingen zijn…

Filip Giraldo: U geeft aan dat welzijn en justitie elkaar moeten vinden. Rijden die tegen dezelfde snelheid momenteel?

Jo Vandeurzen: Wel, ik zie bij justitie toch een hele beweging die ingezet is na de zaak-Dutroux, een beweging waarbij men meer en meer beseft dat justitie er niet is voor zichzelf, maar dat het een rol op te nemen heeft in de samenleving. Een beschermende rol ten aanzien van kwetsbare individuen, zoals kinderen van gescheiden ouders. Die mindset van samenwerking met andere partners en instanties, en van een ketenaanpak, die is er toch meer en meer.

Filip Giraldo: Er komt heel wat op kinderen en jongeren af wanneer het foutloopt binnen een gezin. Men heeft het vaak over ouders die met een busje vol kinderen rondrijden van de ene vrijetijdsactiviteit naar de andere, maar ook het omgekeerde is waar: kinderen hebben straks een busje vol ouders. Ze komen in een nieuw samengesteld gezin terecht, verblijven de ene week bij de ene ouder, de andere week bij de andere, en missen vaak een hechte, vertrouwde gezinscontext. Hoe wil men daar vanuit welzijn verdere stappen voorwaarts zetten en welke rol kan het onderwijs daarin spelen?

Jo Vandeurzen: Wel ja, het is zeker waar dat er tegenwoordig een heel scala aan soorten gezinnen bestaat dat niet meer strookt met het stereotype beeld van 'mama, papa en de kindjes'. In dat kader misschien ook even een hardnekkig misverstand de wereld uit helpen: als jongeren in contact komen met jeugdhulp, dan is dat in het overgrote deel van de gevallen niet na het plegen van criminele feiten, maar wel als gevolg van een moeilijke opvoedingssituatie thuis, vaak met gescheiden ouders in een gerechtelijke procedure.

Wat kunnen we daaraan doen vanuit de hulpverlening? Wel, leren omgaan met de grote diversiteit aan situaties, heel empathisch zijn vanuit het kindperspectief, heel veel aandacht besteden aan de rechtspositie van dat kind…

En als je spreekt over het onderwijs, dan is uiteraard ook een belangrijke rol weggelegd voor de CLB's, die signalen van problematische situaties kunnen opvangen en daar ook in wisselwerking met de welzijnspartners hulpverlening kunnen bieden.

De vraag wordt meer en meer: helpt ons systeem mensen om de kwaliteit van hun leven te behouden en liefst te verbeteren?

Filip Giraldo: Ik ga even verder op de levenslijn, want kinderen worden ouder en we worden met z'n allen ouder. In de gezondheidszorg laten heel wat diensten het ons toe om langer thuis te blijven - gelukkig maar - maar er is bij heel wat senioren ook sprake van eenzaamheid en sociaal isolement. Hoe kunnen we die problemen sneller detecteren, het netwerk van senioren sterker maken en zo die senioren niet alleen langer, maar ook op een fijne, sociaal verbonden manier laten thuisblijven?

Jo Vandeurzen: Ik denk dat u daar een heel belangrijke vraag stelt, maar ik ga hem proberen te reframen vanuit het jargon van zorg en welzijn. We hebben vanuit de gezondheidszorg heel lang een genezend 'cure'-perspectief gehanteerd: hoe genezen we mensen? Daar is onze ziekteverzekering ook grotendeels op gebaseerd.

Naarmate de samenleving vergrijst en de zorgvragen ook anders worden - meer vragen naar geestelijke gezondheidszorg, meer vragen naar ouderenzorg, meer vragen naar ondersteuning in de thuissituatie - verandert ook het referentiekader. De vraag is niet langer uitsluitend: helpt ons systeem mensen genezen? Op zich wel belangrijk natuurlijk, maar de vraag wordt meer en meer: helpt ons systeem mensen om de kwaliteit van hun leven te onderhouden en liefst te verbeteren?

In die optiek wordt eenzaamheid een heel belangrijk thema. De vraag naar kwaliteitsvol leven is immers onlosmakelijk verbonden met participatie aan de samenleving, het gevoel hebben dat je er nog toe doet, dat je authentieke sociale relaties kan aangaan met anderen. Een goed zorgbeleid moet daar aandacht voor hebben en bijvoorbeeld mantelzorgers ondersteunen.

Als er één betekenis is van de 'vermaatschappelijking van de zorg' waarover iedereen het tegenwoordig heeft, dan is het die wel: de overtuiging dat je die zorg zo moet organiseren dat mensen zo lang mogelijk kwaliteitsvol blijven participeren aan de samenleving. En ook omgekeerd: dat die maatschappij geïnteresseerd is en blijft in die kwetsbare personen. Of die langdurige zorgvraag nu het gevolg is van een handicap, ouderdom of een chronische ziekte, de kernvraag blijft steeds: kunnen we die mensen helpen hun sociale netwerk te versterken? En de vraag naar sociale eenzaamheid bij senioren is daar een heel belangrijk aspect van. Vooral lokale overheden hebben daarin een rol te vervullen.

We moeten echt volop inzetten op een buurtgerichte vorm van zorg en ondersteuning.

Filip Giraldo: Komt de entourage van die senioren niet extra onder druk te staan? Denk aan mantelzorgers, denk aan de zogenaamde 'sandwichgeneratie', de kinderen van die senioren die door het optrekken van de pensioenleeftijd minder tijd en ruimte hebben om de zorg van hun ouders op zich te nemen omdat ze nog aan het werk zijn…

Jo Vandeurzen: Dat is een heel juiste analyse. Mantelzorgers in Vlaanderen: ze zijn met honderdduizenden, ze engageren zich dagelijks ongevraagd en vaak in grote anonimiteit. Die mensen zijn heel erg belangrijk voor onze samenleving. De omstandigheden waarin mantelzorgers werken zijn heel vaak allesbehalve ideaal. Ze hebben vaak nog een andere job en dat combineren met zorgen voor anderen wordt steeds moeilijker. Zeker omdat we met z’n allen langer moeten werken. Voor ons blijft dat een van de key issues en er zijn in die richting ook wel al wettelijke initiatieven voor genomen, zoals bijvoorbeeld het wetsontwerp 'Werkbaar wendbaar werk' van collega Kris Peeters. Maar de stijgende werkdruk is zeker een probleem waarover verder moet worden nagedacht…

Filip Giraldo: Maar is er ook niet een beetje het gevoel dat men daar op bepaalde terreinen de kar voor het paard aan het spannen is? Dat men die verwachtingen naar langer werken al duidelijk snel hoog legt, terwijl een aantal randvoorwaarden die minstens even belangrijk zijn - zoals dat kwaliteitsvolle, leefbare, werkbare werk - nog niet voldoende op kruissnelheid zitten?

Jo Vandeurzen: Wel, in ieder geval zal men daar ook creatief moeten zijn. En dat is zeker een appel aan werkgevers- en werknemersorganisaties. Op het vlak van arbeidsorganisatie moet nagegaan worden wat er allemaal mogelijk is. En we zullen moeten blijven inzetten op werkdrukvermindering…

Maar als ik tot slot misschien nog even mag terugkeren op uw vorige vraag - mantelzorgers onder druk, de 'sandwichgeneratie' enz.: we moeten echt volop inzetten op een buurtgerichte vorm van zorg en ondersteuning. Buurten, wijken, lokale communities: of het nu een grand café is van een woonzorgcentrum of een parochiezaal, de sociale cohesie moet erop vooruit en dat begint vanuit die buurtgemeenschappen. En die sociale cohesie, dat is het antwoord op heel wat problemen waarmee we momenteel te kampen hebben, zoals vereenzaming…

Filip Giraldo: Dat klinkt hoopvol, meneer de minister. Bedankt voor dit interview.

De 'vriendenboek'-antwoorden van minister Vandeurzen op enkele korte vraagjes
De 'vriendenboek'-antwoorden van minister Vandeurzen op enkele korte vraagjes

Aan dit artikel werkten Tine Oyen, Daniele Lucchesi en Sybille Bruneel mee, studenten 2pba journalistiek op Hogeschool PXL (onder begeleiding van Eric Pompen). Inhoudelijk werd het interview mee voorbereid door Inge Pasteels, onderzoekshoofd PXL Social Work-Research.

Luister ook naar een kort interview met minister Vandeurzen, afgenomen door Tine Oyen (PXL-studente 2pba journalistiek) op het Salon van de Vrijwilliger.